De Nederlandse regel over arbeidstijden is ongewoon soepel over de vorm en ongewoon precies over het doel. Werkgevers horen meestal vooral die eerste helft.
De Arbeidstijdenwet verlangt een deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden van uw werknemers. Die registratie is vormvrij: geen voorgeschreven format, geen verplicht systeem, geen officieel formulier. U bepaalt hoe.
Wat u niet bepaalt, is wat eruit moet blijken.
De toets is of naleving eruit is af te leiden
De registratie moet zo zijn dat eruit valt af te leiden of uw organisatie zich aan de voorschriften houdt. Dat is de hele norm, en hij is functioneel in plaats van formeel.
De vraag aan uw eigen registratie is dus niet «staan er tijden in». Het is: kan iemand hieruit opmaken of we ons aan de regels hebben gehouden? Als uw registratie een lijst is met begin- en eindtijden zonder pauzes, kan niemand daaruit afleiden of de dagelijkse rust is gehaald, of pauzes zijn genomen, of iemand over het maximum is gegaan. Het is een registratie, maar geen deugdelijke.
Rusttijden, niet alleen arbeidstijden
Dit is het punt waar het misgaat, en het volgt rechtstreeks uit het vorige. De wet noemt arbeids- én rusttijden. De meeste systemen leggen vast wanneer mensen aan het werk waren en behandelen de gaten ertussen als vanzelfsprekend.
Vanzelfsprekend zijn ze niet zodra de vraag naleving is. Of iemand elf uur tussen twee diensten had, of een echte pauze in een lange dienst, is een feit over het gat - en het gat is precies wat een registratie van alleen arbeidstijd impliciet laat.
Voor ploegendienst is dat het praktische verschil tussen een registratie die een blik van de Nederlandse Arbeidsinspectie doorstaat en een die dat niet doet.
52 weken, vanaf het moment zelf
De registratie wordt ten minste 52 weken bewaard, en die termijn begint te lopen vanaf het moment waarop de geregistreerde arbeids- en rusttijden plaatsvonden - niet vanaf het einde van het jaar, niet vanaf de salarisrun.
Een voortschrijdende termijn van 52 weken is administratief net wat onhandig en verdient automatisering, want de fout is stil: niemand merkt dat februari vorig jaar weg is totdat er iemand om vraagt.
En 52 weken is kort. Andere verplichtingen op dezelfde gegevens lopen langer, en de Arbeidsinspectie is niet de enige die het kan opvragen. Behandel het als de ondergrens die het is.
Waar die vrijheid voor bedoeld is
Het vormvrije karakter is echt bruikbaar en geen achterdeur. Een klein café kan een deugdelijke registratie op papier voeren. Een ziekenhuis niet - niet omdat papier verboden is, maar omdat op die schaal niets anders naleving kan aantonen.
De juiste lezing is dat de wet om het resultaat geeft en erop vertrouwt dat u een middel kiest dat past bij uw bedrijf. Het betekent ook dat niemand u een systeem kan verkopen met het argument dat de wet het eist. De wet eist een uitkomst.
Een korte checklist
- Laat uw registratie ook rust zien, niet alleen werk? Als pauzes en de gaten tussen diensten impliciet zijn, zit daar het gat.
- Kan iemand er naleving uit vaststellen zonder uw bedrijf te kennen?
- Heeft u februari vorig jaar nog? 52 voortschrijdende weken, per registratie.
- Past de vorm bij de schaal? Papier mag. Boven een bepaalde omvang is het onwerkbaar, en beide kanten daarvan zijn uw afweging, niet die van de wet.
De Nederlandse Arbeidsinspectie publiceert een eigen werkinstructie bij de Arbeidstijdenwet, geschreven voor inspecteurs, en dat is dus de meest directe beschrijving van waar zij daadwerkelijk naar kijken.